Mensenrechten in de islam

Nesimi Furkan Gök

Volgens het islamitische geloof zijn mensenrechten geen regels die veranderen met de tijd of regeringen. Deze rechten zijn heilige toevertrouwde gaven die door de Schepper aan ieder mens vanaf de geboorte zijn gegeven. De islam heeft meer dan veertien eeuwen geleden de gelijkheid van de gehele mensheid en de onvervreemdbare rechten van ieder individu verkondigd.

In de islam is ieder mens respect waardig, enkel omdat hij of zij een mens is. Ras, taal, huidskleur of sociale status vormen geen basis voor superioriteit. De ware superioriteit ligt uitsluitend in morele deugd en het bewustzijn van verantwoordelijkheid tegenover God (taqwa).

“En Wij hebben de kinderen van آدم geëerd…” (Soera Al-Isra, 70)

“O mensen! Wij hebben jullie geschapen uit een man en een vrouw en jullie tot volkeren en stammen gemaakt zodat jullie elkaar leren kennen. Voorwaar, de meest geëerde van jullie bij Allah is degene die het meest godvrezend is…” (Soera Al-Hoedjoeraat, 13)

Het leven is de meest heilige gave die Allah aan de mens heeft geschonken. Het doden van een onschuldig mens wordt beschouwd als het doden van de hele mensheid.

“…Wie een mens doodt, tenzij als vergelding voor moord of فساد op aarde, het is alsof hij de hele mensheid heeft gedood; en wie een leven redt, het is alsof hij de hele mensheid heeft gered…” (Soera Al-Ma’ida, 32)

De islam respecteert volledig de vrije wil van het individu in geloofszaken. Niemand mag worden gedwongen om een religie te aanvaarden of te veranderen.

“Er is geen dwang in de godsdienst…” (Soera Al-Baqara, 256)

“Als jouw Heer had gewild, zouden allen op aarde hebben geloofd. Wil jij dan mensen dwingen om gelovigen te worden?” (Soera Yunus, 99)

Rechtvaardigheid is een van de belangrijkste pijlers van de islam. Zelfs haat of vijandigheid tegenover een persoon of gemeenschap mag geen reden zijn om onrecht te plegen. Voor de wet zijn sterken en zwakken gelijk.

“O jullie die geloven! Wees standvastig in rechtvaardigheid, als getuigen voor Allah, zelfs tegen jezelf of je ouders en verwanten. En laat de haat van een volk jullie niet ertoe brengen onrechtvaardig te zijn. Wees rechtvaardig…” (Soera Al-Ma’ida, 8)

Eigendom, bezittingen en arbeid die op wettige wijze zijn verkregen, zijn heilig en onaantastbaar. Niemand heeft het recht om andermans bezit toe te eigenen of diens arbeid te misbruiken.

“En eet niet elkaars bezit op onrechtvaardige wijze…” (Soera Al-Baqara, 188)

De islamitische visie op mensenrechten is gebaseerd op een benadering die menselijke waardigheid centraal stelt en deze wil beschermen. Profeet Mohammed (vrede zij met hem) vatte deze principes samen in zijn Afscheidsrede en verkondigde aan de hele mensheid dat leven, eigendom en eer onaantastbaar zijn. De islam beschouwt het beschermen van rechtvaardigheid en menselijke waardigheid niet alleen als een juridische plicht, maar ook als een vorm van aanbidding.

Related Posts

Are you sure want to unlock this post?
Unlock left : 0
Are you sure want to cancel subscription?