In de islamitische beschaving is handel niet alleen een middel om materiële winst te behalen; het is een systeem dat is gebaseerd op eerlijkheid, vertrouwen en sociale rechtvaardigheid. De basis van deze traditie ligt in het feit dat de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) in zijn jeugd bekend stond als een handelaar met de bijnaam “Al-Amien” (de Betrouwbare). Deze erfenis heeft handel verheven van een gewoon beroep tot een eervolle deugd die de mensheid dient.
In het hart van dit systeem staat het onwrikbare principe van “transparantie”. Volgens de islamitische wet is het verbergen van een gebrek of defect in een product niet alleen een morele zwakte, maar ook een juridische overtreding. De verplichting van de verkoper om gebreken aan de goederen te melden, heeft de rechten van de consument al meer dan 1400 jaar beschermd. In dit begrip, gevormd door het principe “Wie ons bedriegt, behoort niet tot ons”, is bedrog in gewicht en maat strikt verboden, en het volledig geven van ieders recht wordt als een heilige plicht beschouwd.
Toch worden niet alle vormen van winst in de islam als toegestaan beschouwd; er zijn duidelijke grenzen gesteld om uitbuiting en onrechtmatige winst te voorkomen. Geld verdienen met geld (rente) is verboden omdat het wordt gezien als een vorm van uitbuiting waarbij arbeid wordt buitengesloten. Ook het oppotten van basisgoederen in afwachting van prijsstijging (zwarte markt) en speculatieve transacties met onzekere, op gokken lijkende risico’s worden als onethisch beschouwd. De belangrijkste voorwaarde voor een geldige transactie is dat beide partijen handelen met volledige vrijheid en “wederzijdse instemming”; elke transactie die onder dwang of manipulatie tot stand komt, verliest haar geldigheid.
De islamitische economie verzet zich ook tegen het concentreren van rijkdom in de handen van enkelen, waardoor het een machtscentrum wordt. In dit kader wordt handel verbonden met sociale verantwoordelijkheid. Een succesvolle handelaar zuivert zijn vermogen door een deel van zijn inkomsten te delen met behoeftigen via de zakat en liefdadigheid. Deze cultuur van delen helpt het sociale evenwicht te behouden en economische welvaart te verspreiden over de samenleving. Uiteindelijk is handel in de islam een levensfilosofie gebaseerd op vertrouwen, die de koper beschermt, de verkoper morele verantwoordelijkheid oplegt en het welzijn en de vrede van de samenleving centraal stelt.